headerImage1 headerImage2 headerImage3 headerImage4 headerImage5
Laat je e-mail adres achter voor toekomstige informatie

pageImage

Erfelijkheid in het algemeen


Ons erfelijk materiaal in aanwezig in alle cellen van het lichaam. Het bepaalt erfelijke eigenschappen als kleur van je haar en kleur van je ogen, maar het erfelijk materiaal stuurt ook de vorming en werking van alle cellen en daarmee alle organen aan. Heel veel eigenschappen en processen zijn daardoor (deels) erfelijk bepaald.

Ons erfelijk materiaal is gerangschikt op onze chromosomen, 46 in totaal. Elk chromosoom is tweemaal aanwezig: één afkomstig van vader en één afkomstig van moeder. Er zijn dus 23 paar chromosomen. Een chromosoom is een lange streng DNA. Een afgebakend stukje van dat DNA (met een bepaalde functie) noemt men een gen. De genen liggen dus op de chromosomen. Omdat elk chromosoom tweemaal aanwezig is, hebben we van de meeste genen er ook twee gekregen: één van vader en één van moeder. Deze twee genen vormen een paar.

Ziekte en erfelijkheid

Veel ziekten of verschijnselen zijn in een bepaalde mate erfelijk bepaald. Dat wil zeggen dat erfelijke (ofwel genetische) factoren die in het erfelijk materiaal gelegen zijn, bijdragen aan het ontstaan van een ziekte of verschijnsel. Het hoeft niet te betekenen dat die ziekte of dat verschijnsel ook in je familie voorkomt.

Er kan sprake zijn van erfelijke factoren die iemand gevoeliger maken voor het krijgen van een bepaalde ziekte of verschijnsel. Vaak gaat het dan om een combinatie van meerdere erfelijke factoren, die per stuk een kleine rol spelen, naast allerlei andere, niet-erfelijke, factoren. We noemen dit  multifactorieel.

Er kan ook sprake zijn van een sterke erfelijke aanleg. Een erfelijke factor bepaalt dan voor een groot deel of je een ziekte of verschijnsel krijgt. Soms komt een erfelijke aanleg pas tot uiting wanneer bij iemand die erfelijke aanleg in tweevoud aanwezig is, van vader en van moeder geërfd. We noemen dit recessief overervende aandoeningen. Andere ziekten komen al tot uiting wanneer de aanleg in enkelvoud aanwezig is (ofwel van één ouder geërfd ofwel bij die persoon ontstaan). We noemen dit dominant overervende aandoeningen. Sommige erfelijke aandoeningen komen alleen of vooral bij jongens òf meisjes voor.

Op de website van het Erfocentrum (www.erfelijkheid.nl) kunt u meer lezen over verschillende vormen van overerving.