headerImage1 headerImage2 headerImage3 headerImage4 headerImage5
Laat je e-mail adres achter voor toekomstige informatie

pageImage

Zwangerschapscomplicaties

De belangrijkste complicaties bij een meerlingzwangerschap zijn vroeggeboorte, achterblijven in groei van de kinderen en een hoge bloeddruk in de tweede helft van de zwangerschap. Een speciale complicatie van een monochoriale tweeling is een transfuseur-transfusé-syndroom, ook wel een ‘twin-to twin’-transfusiesyndroom genoemd.

Vroeggeboorte en groeiachterstand

Een vroeggeboorte is meestal het gevolg van spontane voortijdige weeën. ‘Harde buiken’ die pijnlijker en regelmatiger zijn dan normaal, bloed- en/of slijmverlies en vruchtwaterverlies kunnen betekenen dat de bevalling op gang aan het komen is. De kans op een spontane vroeggeboorte is sterk verhoogd bij een drieling en nog sterker bij een vierling. Soms komen de baby’s te vroeg omdat de gynaecoloog het raadzaam vindt in te grijpen, bijvoorbeeld bij een ernstige groeiachterstand van een of alle baby’s.

Als gevolg van vroeggeboorte en groeiachterstand hebben meerlingbaby’s ook een lager geboortegewicht, en is de kans op sterfte groter. Zo weegt 8% van de tweelingen minder dan 1500 gram bij de geboorte, van de drielingen is dat 30% en van de vierlingen maar liefst 55%.

Transfuseur-transfusé-syndroom, of ‘twin-to twin’- transfusiesyndroom (TTS)

Dit is een complicatie die alleen optreedt bij monochoriale tweelingen (tweelingen met één placenta (moederkoek)). Bij zo’n tweeling zijn er altijd bloedvatverbindingen tussen de twee delen van de placenta die elke baby van bloed voorzien. Daarbij kan een situatie ontstaan dat er meer bloed van de ene baby naar de andere baby gaat dan er terugkomt. De baby, die bloed ‘weggeeft’ (de transfuseur) krijgt bloedarmoede en groeit daardoor vaak minder goed dan het broertje of zusje dat extra bloed krijgt (de transfusé). Ook de baby, die extra bloed krijgt, heeft vaak problemen: het hart kan het niet goed aan om dit extra bloed rond te pompen, met als gevolg dat zich vocht ophoopt in het lichaam. De baby, die bloed weggeeft, heeft te weinig bloedvolume; de nieren krijgen minder bloed en de baby gaat minder plassen. Het gevolg is dat het vruchtwater rond deze baby afneemt. De baby die te veel bloed krijgt gaat juist meer plassen; daardoor neemt het vruchtwater rond deze baby toe, wat een extra snelle groei van de baarmoeder veroorzaakt. Deze te snelle groei kan aanleiding zijn voor een vroeggeboorte. De situatie waarbij de ene baby aan het andere bloed weggeeft, noemt men het transfuseur- transfusé-syndroom, of het ‘twin-to twin’-transfusiesyndroom, vaak afgekort als TTS. Het grootste gevaar is dat één van de baby’s in de baarmoeder overlijdt. Dit kan ook overlijden van de andere baby veroorzaken of tot complicaties bij de andere baby leiden (zoals hersenbeschadiging). Als de gynaecoloog denkt aan een TTS, bijvoorbeeld omdat bij echoscopisch onderzoek blijkt dat het gaat om een monochoriale tweeling met een groot verschil in vruchtwater tussen de twee baby’s, is verder onderzoek nodig. Zo nodig kan behandeling plaatsvinden door middel van een laserbehandeling van de placenta of het laten aflopen van vruchtwater. Ondanks de behandelingen blijft de uitkomst van een zwangerschap met een TTS vaak zorgelijk. De gynaecoloog kan u meer informatie hierover geven.